Referentie
Prof. Leilich, Habermas, Bühler en de idee van communicatieve rationaliteit, Antwerpen: Universitas, 2007-2008
Prof. Cools, Het project van het moderne en het postmodernisme, Antwerpen: Universitas, 2007-2008
Informatief extract
Sociaal handelen verschilt van niet-sociaal handelen door het feit dat bij het sociale handelen de handelende rekening houdt met de handelingen van andere personen. Niet-sociaal handelen is instrumenteel handelen, in die zin dat de actoor instrumenten of eventueel zijn lichaam gebruikt om een doel te bereiken. Het openen van een deur met een sleutel of het bedienen van een lichtschakelaar zijn primitieve vormen van instrumenteel handelen. Instrumenteel handelen kan nooit een aan verstandhouding georiënteerd karakter hebben, omdat men moeilijk met een deur of een lamp kan communiceren (daarom het streepje). Sociaal handelen daarentegen kan zich aan succes oriënteren (strategisch handelen) of aan het doel van wederzijdse verstandhouding (coming to an agreement).
Aktoren op een markt of op een voetbalveld handelen strategisch. Ze willen succes bereiken (een mogelijkst hoge winst) of meer scoren dan de tegenstander. Voetballers onderhandelen niet met elkaar over een resultaat dat voor de twee partijen wenselijk is (tenzij ze frauderen) en onderhandelingen over de prijs van een product zijn aan succes georiënteerd.
Communicatief handelen — last but not least — berust op de aanvaarding van geldigheids-aanspraken, dat wil zeggen op een rationeel gemotiveerde toestemming. De toestemming van een dialoogpartner is niet causaal afdwingbaar zoals het resultaat van instrumenteel handelen. Een deur gaat open als ik de geschikte middelen inzet (een passend sleutel). Maar instemming is niet afdwingbaar omdat ik in de communicatie de andere als een partner ontmoet. Het verschil tussen strategisch en communicatief handelen is misschien het best duidelijk als we een situatie vergelijken waar een handeling door dreigingen afgeperst wordt en een situatie waar dezelfde handeling verricht wordt omdat ze van de twee partijen als rationeel gemotiveerd aanvaardt wordt. In het tweede geval is de handelende vrij in het eerste niet, want zuiver communicatief handelen is volgens Habermas vrij van geweld en macht. En Habermas deelt niet de opvatting van sommige Franse collega’s filosofen, dat rationele argumenten zelf een vorm van strategische machtsbeoefening zijn.
Voor Habermas — een geëngageerde deelnemer aan politieke debatten — is de idee van een communicatief handelen een normatieve maatstaf om vormen van menselijk samenleven te kritiseren die op aan succes georiënteerde strategische rationaliteit berust. (Het maakt een verschil of men arbeiders in een bedrijf of studenten aan een universiteit als factoren beschouwt die men strategisch kan manipuleren of als dialoogpartners in een overleg met het doel tot ‘Verständigung’ te komen.
Habermas’ maatschappijtheorie
(a) Communicatieve vs strategische rationaliteit:
Strategisch: cognitief-instrumenteel, doel-middelrationaliteit, resultaatgericht, het juiste middel voor het gestelde doel. Kritiek op Weber: niet alleen de dominantie van de economische logica in een moderne (kapitalistische samenleving), maar ook de interactie tussen de individuen van zo’n samenleving interpreteert Weber als resultaatgericht, instrumenteel.
Communicatief: het ter discussie stellen van handelingen. overtuigingen. normen. met het oog op instemming van de anderen. Overleg, discussie. communicatie om overeenstemming te bereiken. Deze rationaliteit is van een andere aard dan de strategische omdat ze gebaseerd is op een aan de taal. aan de communicatie inherente rationaliteit.
Onderscheid: Wie een uitspraak doet, maakt, aldus Habermas, drie geldigheidsaanspraken:
1. De spreker spreekt zich uit over een objectieve wereld van standen van zaken.
2. over een normatieve wereld van aanvaarde verhoudingen tussen mensen.
3. over een subjectieve wereld van overtuigingen en verlangens.
M.a.w. de taalhandeling is resp. waar, moreel aanvaardbaar en waarachtig. Een uitspraak begrijpen betekent aldus Habermas de argumenten verstaan waarmee de spreker de geldigheid van zijn taalhandeling aantoont. Strategisch handelen gebeurt op basis van beïnvloeding, bedreiging of bedrog: het betreft (taal)handelingen die worden opgelegd zonder overleg of communicatieve basis. Externe middelen: dwang, geld, macht.
(b) Maatschappij als complexe samenhang tussen leefwereld en systeem.
Leefwereld: een samenwerkingsverband tussen de leden van de maatschappij op basis van overleg. Maar ook: gedeelde werelden, cultuur: opvattingen over feiten en normen die voor de leden van de maatschappij (meestal) als vertrouwd en vanzelfsprekend gelden en die als materiaal voor de communicatieve handelingen dienen. Rationalisering van de leefwereld: introductie van nieuwe overtuigingen en morele en juridische normen in de samenleving op grond van overleg. Hierin bestaat precies Habermas’ perspectief op ‘modernisering’: leden van de maatschappij zijn niet meer onderworpen aan de autoriteit van de traditie, maar komen tot overeenstemming op grond van de ongedwongen dwang van het beste argument. Plaats van kritiek en discussie.
systeem: het geheel van min of meer zelfstandige processen, sturingsmedia, die beslissingen en handelingen afdwingen zonder overleg en zonder overeenstemming en die op die manier complexe samenwerkingsverbanden doet ontstaan die niet afhankelijk zijn van gedeelde opvattingen en inzichten. Bv. de markt, de bureaucratie. Gevolg: kolonisatie van de leefwereld: leefwereld onderworpen aan de imperatieven van het systeem. Destructieve werking van de modernisering: verlies van vrijheid, van zin.
Samenhang: enerzijds veronderstelt het systeem altijd al de leefwereld (cf. vertrouwen in geld, in macht, gedeelde overtuiging van het belang van instellingen); anderzijds is de rationalisering van de leefwereld niet denkbaar zonder systeem (technische innovatie en toename van economische macht maakt overleg tussen steeds groter wordende groepen mensen mogelijk). Habermas erkent m.a.w. het belang van sturingsmedia in de ontwikkeling van een kapitalistische maatschappij. Maar: de explosieve ontwikkeling van het systeem brengt zijn eigen legitimiteit in het gedrang: de hedendaagse maatschappij verliest haar verankering in de objectieve, normatieve en subjectieve werelden. Paradox van de moderniteit.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten