Referentie
Philippe Verbeeck, Inleiding tot de psychologische antropologie, Leuven/Voorburg; Acco, 2007, p. 268
Informatief extract
De fundamentele behoeften
Volgens Maslow is het individu een geïntegreerd, georganiseerd geheel. Daarom komt het vaak voor dat er maar één motivatie is voor een handeling of een bewuste wens. De hele mens wordt dus gemotiveerd, niet enkel een deel van hem. Als iemand honger heeft, heeft alles aan hem honger; hij zelf wil eten hebben, niet zijn maag. De mens wordt gemotiveerd door een aantal fundamentele behoeften die voor de hele soort gelden, blijkbaar niet veranderen en genetisch of instinctief van aard zijn. De behoeften zijn ook meer psychisch dan lichamelijk. Ze vormen de ware innerlijke aard van de mens, maar ze zijn kwetsbaar, want gauw het slachtoffer van verkeerd leren, gewoonte of traditie.
We zijn nooit gedoemd om het slachtoffer te blijven van onze (ongelukkige) kinderjaren of van ons sociaal milieu. Van bij de geboorte bezit elkeen de kracht tot psychische groei en gezondheid. We vertonen immers de motivatie om tot volledige verwezenlijking te komen van al onze mogelijkheden. Volgens Maslow is zelfverwezenlijking het resultaat van de voldoening van onze fundamentele behoeften. Maslow onderscheidt vijf niveaus van ‘behoeften’. De eerste vier niveaus dienen om een tekort weg te werken. Maslow noemt ze deficit needs (D-needs; tekort-motivatie). Het vijfde niveau is gericht op de groei van de persoonlijkheid. Dit zijn de being needs (B-needs; zijns-motivatie) of growth inotivation (groei-motivatie). Deze vijf niveaus van behoeften zijn hiërarchisch gestructureerd. Een behoefte van een hoger niveau wordt pas ten volle actief, wanneer de behoeften op lagere niveaus relatief bevredigd zijn. Opmerkelijk is wel dat volgens Maslow al deze fundamentele behoeften even ‘instinctoïde’ zijn. Zowel de ‘lagere’ als de ‘hogere’ behoeften maken deel uit van het onbewuste driftleven van de mens.
De behoeftehiërarchie van Maslow
1) Fysiologische behoeften: Dit zijn de meest dringende en opvallendste behoeften van de mens. Het gaat om de behoeften aan eten, drank, onderdak, slaap, zuurstof en seks. Pas wanneer deze behoeften in voldoende mate bevredigd zijn, komen behoeften van een hoger niveau aan bod. Zo zal iemand die honger lijdt totaal bepaald worden door zijn behoefte aan voedsel. Het is zeer onwaarschijnlijk dat hij dan bijvoorbeeld openstaat voor esthetische waarden. Hij denkt aan eten, droomt van eten, herinnert zich eten, hij wordt alleen bewogen door eten.
2) Veiligheidsbehoeften: Voor de meesten in onze maatschappij zijn deze behoeften bevredigd. We voelen ons relatief goed beveiligd tegen gevaarlijke epidemieën, natuurrampen en misdaad. Deze behoefte aan veiligheid drukt zich in het dagelijks leven uit in onze voorkeur voor stabiliteit en orde, onze voorkeur voor het bekende boven het onbekende en ons verlangen naar een bepaalde graad van voorspelbaarheid en routine. Een dwangmatige behoefte aan orde en stabiliteit getuigt echter van psychische ongezondheid. Het gezonde individu heeft ook belangstelling voor nieuwe en geheimzinnige dingen.
3) Behoefte aan sociale integratie: Wanneer de twee vorige behoeftecategorieën voldoende bevredigd zijn, treedt de behoefte aan liefde, genegenheid en het ergens bijhoren op. De behoefte om ergens bij te horen wordt bevredigd door zich aan te sluiten bij een groep. Het collectief aanvaarden van dezelfde waarden en attitudes, geeft een gevoel van geborgenheid. Maslow sluit aan bij Rogers’ omschrijving van ‘liefde’: “Erg goed begrepen en geheel aanvaard worden.” Liefde impliceert een gezonde, tedere betrekking tussen twee mensen die elkaar vertrouwen. In de juiste liefde is er geen vrees, verdedigingsmiddelen zijn weggevallen. In de liefde zijn de partners niet bang dat hun zwakheden en gebreken ontdekt worden. Verder impliceert de liefde zowel het geven als het ontvangen van liefde.
4) Behoefte aan erkenning en waardering: In deze categorie van behoeften dient een onderscheid gemaakt te worden tussen zelfrespect en waardering van anderen. Het zelfrespect omvat behoeften als het verlangen naar zelfvertrouwen, prestaties, competentie, onafhankelijkheid in denken en daden. De waardering van anderen uit zich in het verlangen naar een goede reputatie, erkenning en aandacht. Het stabielste en daarom het gezondste zelfrespect is meer gebaseerd op verdiend respect van anderen, dan op uiterlijke faam of roem en ongerechtvaardigde lofuitingen.
5) Behoefte aan zelfverwezenlijking: Na een redelijke bevrediging van de behoeften aan liefde en waardering, treedt het verlangen op om meer en meer te worden wat men is, om alles te worden wat men in staat is te worden. Zelfrealisatie is de psychische behoefte aan groei, ontplooiing en gebruikmaking van de eigen mogelijkheden. Doel is niet meer een tekort aan te vullen, doch de levenservaring te verrijken, de levensvreugde te vermeerderen. Het ideaal is het verhogen van de levensspanning, door nieuwe, uitdagende en uiteenlopende ervaringen. Onder groei verstaat Maslow de aanhoudende ontwikkeling van talenten, vaardigheden, creativiteit, wijsheid en karakter. “De mens toont in zijn eigen aard de drang naar een steeds vollediger Zijn, een steeds volmaaktere actualisering van zijn menselijkheid in precies dezelfde naturalistische, wetenschappelijke zin, waarin men van een eikel kan zeggen dat hij de drang heeft een eik te worden”, aldus Maslow.
Het benutten van al zijn mogelijkheden, betekent dat het individu tot de beleving komt van waarden die op zichzelf bevredigend zijn. Zo’n waarden zijn onder meer: schoonheid, goedheid, waarheid, rechtvaardigheid, eenvoud, speelsheid,.. Het ervaren van deze waarden getuigt van een hoge mate van zelfontplooiing. Maslow stelt dat waarheid, goedheid en schoonheid binnen de gemiddelde mens uit onze cultuur slechts een middelmatige correlatie vertonen en binnen de neurotische persoonlijkheid zelfs nog minder samenhangen. Alleen bij de zelfactualiserende, volledig functionerende persoon is de correlatie dermate hoog, dat kan gezegd worden dat ze tot een eenheid zijn samengesmolten. Door de opsomming van al die persoonlijke kwaliteiten, geeft Maslow de indruk dat er zoiets bestaat als de perfecte persoon. Dit is echter niet het geval. Zelfverwezenlijkte personen zijn geenszins volmaakt. Dankzij hun rijke waardenbeleving overwinnen ze echter gemakkelijker hun ongunstige ervaringen. Dit geldt onder meer voor woede, twijfel aan zichzelf, wanhoop, afgunst en vergissingen. Wie ook maar enigszins het vijfde niveau bereikt heeft, zal nooit meer vrede kunnen nemen met het louter bevredigen van de vier lagere niveaus.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten